Frodo versus Koffie

Mag ik alsjeblieft even mijn koffie opdrinken?! Roep ik door het huis. Ik hoor zelf de smekende ondertoon in mijn stem. Frodo zit me met een scheef koppie aan te kijken, oortjes gespitst. Een verder antwoord hoef ik niet te verwachten.

Vandaag is mijn vrije dag. Toen ik vanochtend mijn ogen opendeed had ik nog heerlijke visioenen van een rustig ochtendje met een bak hete koffie in mijn hand, en een goed boek op mijn schoot. Zo’n 10 minuten later heb ik geen boek maar puppiekots op mijn benen liggen (meestal kokhalst Frodo eerst ter waarschuwing, maar dit salvo kwam volkomen onverwacht), en begint de koffie bruine vlekken te vormen op de nieuwe bank. 

Poging twee.  De kots is opgeruimd, ik heb nog één broek gevonden die voor ‘schoon’ kan doorgaan en de vlekken in de bank.. Laten we het daar maar niet over hebben. Met mijn ogen dicht neem ik een slok van mijn -inmiddels niet meer zo hete- koffie. De heerlijke geur van gebrande koffiebonen dringt mijn neus binnen en ik laat de donkere vloeistof rondwalsen in mijn mond alsof het een dure wijn is.

Zweedse Herder Frodo
De kleine harige draak

Ik schrik van een klein grommetje: ze hoeft toch niet weer te spugen? Maar nee, Frodo zit me met een scheef koppie aan te kijken. Ik ken die blik: er moet gepoept worden. ‘Mag ik alsjeblieft, alsjeblieft eerst even mijn koffie opdrinken?’ smeek ik haar. Daar zit ik dan. Een strong, independent woman (nouja, zo zie ik mezelf graag), in discussie met een kleine harige draak van amper tien kilo. Vastbesloten blijf ik zitten. Ik ben de baas, en ik bepaal wanneer er gewandeld wordt, zoals ik heb geleerd van de vele boeken over honden en hun gedrag. Terwijl ik mijn best doe om autoriteit uit te stralen springt Frodo  op de rugleuning van de bank en gaat in mijn nek liggen. Kijk, het werkt! Stel ik blij vast. Ik wil net nog een slok koffie nemen als ik een zacht pffffffrt hoor, pal naast mijn oor. Mijn neus registreert de geur voordat mijn brein doorheeft wat er zojuist is gebeurd.

Zuchtend sta ik op en ga op zoek naar de hondenriem. Niet veel later stap ik met een enthousiast kwispelende Frodo de vrieskou in. Ik had gehoopt op een rustige ochtend met hete koffie, net als dat ik had gehoopt vandaag iets goeds te kunnen schrijven, iets moois, iets met een boodschap misschien wel. Maar zo werkt het helaas niet, steeds opnieuw kom ik erachter dat het leven nooit gaat zoals je het gepland had. Het leven is rommelig, het leven stinkt en spuugt op je, maar eigenlijk -bedenk ik terwijl ik Frodo vrolijk door de bevroren heide zie springen- is dat best oké.   

Verstand, instinct en hitsige puppies

‘Dat er zoveel poep uit zo’n klein beestje kan komen’ denk ik verwonderd terwijl Frodo met een gelukzalige blik in haar ogen een grote hoop aan het draaien is. Midden op het zebrapad. Aarzelend blijf ik staan, de naar citroen geurende poepzak in mijn hand. Van twee kanten beginnen auto’s te toeteren, en de langslopende toeristen kijken me misprijzend aan terwijl ze zorgvuldig hun rolkoffertjes om de hoop heen manoeuvreren.  

Met een rood hoofd probeer ik snel zoveel mogelijk poep in het plastic zakje te krijgen. Mijn te lange haar (ik moet toch echt eens naar de kapper) valt voor mijn ogen en komt gevaarlijk dicht bij de dampende bruine massa. Frodo heeft ondertussen een chocoladebruine labrador gespot en begint aan de lijn te trekken. De kleine Zweedse herder is loops en wil maar één ding. Enkele weken geleden was het nog een onschuldige puppy. Nu begint ze vol overgave te twerken bij iedere hond die langskomt. Kont omhoog, staart opzij. Van subtiliteit is geen sprake.

Terwijl ik de poepzak dichtknoop en tegelijkertijd probeer te verhinderen dat Frodo de labrador (die een teefje blijkt te zijn) verder aanrandt, bedenk ik me dat ik nog veel kan leren van mijn viervoetige vriendinnetje. Niet dat ik nu willekeurige mensen ga bespringen op straat, of een grote hoop ga draaien op het zebrapad, maar wat betreft haar instinct zou ik een voorbeeld aan Frodo kunnen nemen.

Frodo weet namelijk precies wat ze wil. Of het nou gaat om  eten, poepen of de chocoladebruine labrador. Ik wandel ondertussen 28 jaar rond op deze wereld, en ik heb nog steeds geen flauw idee wat ik hier eigenlijk doe.

Volgens Nietzsche is het ons verstand dat ervoor zorgt dat we ons instinct negeren. Aangezien we ons in de moderne westerse samenleving niet meer druk hoeven te maken over hongerige beren, hongersnoden en ijstijden, heeft ons verstand de overhand gekregen. Ons verstand heeft ons als doel gesteld om gelukkig te zijn, maar aangezien ‘geluk’ geen afgebakend iets is blijven we zoeken. Ik in ieder geval wel. Ik betrap me erop dat ik steeds denk; ben ik nu gelukkig? En nu dan? En nu dan?

In mijn zoektocht naar geluk ben ik zo aan het piekeren of ik het wel goed doe, of ik wel op de goede weg ben, dat ik vergeet om gewoon te leven. Om te luisteren naar mijn onderbewuste, ongeacht wat mijn verstand daarvan vindt. Geleefd door een maalstroom van gedachten zie ik niet meer wat echt belangrijk is. Zoals familie, een lieve vriend, en op dit moment een hyperactieve puppy die alles aanrandt wat op vier poten loopt.

Nog steeds in gedachten verzonken veeg ik een lok haar uit mijn gezicht. Te laat besef ik dat ik de volle poepzak nog in mijn hand heb, en terwijl de in plastic verpakte drol langs mijn gezicht strijkt besef ik: poepzakjes met citroengeur zijn de meest nutteloze investering aller tijden.