Verstand, instinct en hitsige puppies

‘Dat er zoveel poep uit zo’n klein beestje kan komen’ denk ik verwonderd terwijl Frodo met een gelukzalige blik in haar ogen een grote hoop aan het draaien is. Midden op het zebrapad. Aarzelend blijf ik staan, de naar citroen geurende poepzak in mijn hand. Van twee kanten beginnen auto’s te toeteren, en de langslopende toeristen kijken me misprijzend aan terwijl ze zorgvuldig hun rolkoffertjes om de hoop heen manoeuvreren.  

Met een rood hoofd probeer ik snel zoveel mogelijk poep in het plastic zakje te krijgen. Mijn te lange haar (ik moet toch echt eens naar de kapper) valt voor mijn ogen en komt gevaarlijk dicht bij de dampende bruine massa. Frodo heeft ondertussen een chocoladebruine labrador gespot en begint aan de lijn te trekken. De kleine Zweedse herder is loops en wil maar één ding. Enkele weken geleden was het nog een onschuldige puppy. Nu begint ze vol overgave te twerken bij iedere hond die langskomt. Kont omhoog, staart opzij. Van subtiliteit is geen sprake.

Terwijl ik de poepzak dichtknoop en tegelijkertijd probeer te verhinderen dat Frodo de labrador (die een teefje blijkt te zijn) verder aanrandt, bedenk ik me dat ik nog veel kan leren van mijn viervoetige vriendinnetje. Niet dat ik nu willekeurige mensen ga bespringen op straat, of een grote hoop ga draaien op het zebrapad, maar wat betreft haar instinct zou ik een voorbeeld aan Frodo kunnen nemen.

Frodo weet namelijk precies wat ze wil. Of het nou gaat om  eten, poepen of de chocoladebruine labrador. Ik wandel ondertussen 28 jaar rond op deze wereld, en ik heb nog steeds geen flauw idee wat ik hier eigenlijk doe.

Volgens Nietzsche is het ons verstand dat ervoor zorgt dat we ons instinct negeren. Aangezien we ons in de moderne westerse samenleving niet meer druk hoeven te maken over hongerige beren, hongersnoden en ijstijden, heeft ons verstand de overhand gekregen. Ons verstand heeft ons als doel gesteld om gelukkig te zijn, maar aangezien ‘geluk’ geen afgebakend iets is blijven we zoeken. Ik in ieder geval wel. Ik betrap me erop dat ik steeds denk; ben ik nu gelukkig? En nu dan? En nu dan?

In mijn zoektocht naar geluk ben ik zo aan het piekeren of ik het wel goed doe, of ik wel op de goede weg ben, dat ik vergeet om gewoon te leven. Om te luisteren naar mijn onderbewuste, ongeacht wat mijn verstand daarvan vindt. Geleefd door een maalstroom van gedachten zie ik niet meer wat echt belangrijk is. Zoals familie, een lieve vriend, en op dit moment een hyperactieve puppy die alles aanrandt wat op vier poten loopt.

Nog steeds in gedachten verzonken veeg ik een lok haar uit mijn gezicht. Te laat besef ik dat ik de volle poepzak nog in mijn hand heb, en terwijl de in plastic verpakte drol langs mijn gezicht strijkt besef ik: poepzakjes met citroengeur zijn de meest nutteloze investering aller tijden.