Gezond verstand

Gisteren werden de nieuwe coronamaatregelen gepresenteerd. Maatregelen die we allemaal konden zien aankomen, iedereen die kan tellen snapt immers dat het de laatste tijd niet de goede kant op ging met de cijfers. In het voorjaar maakte ik me nog kwaad over de gedwongen sluitingen en de -in mijn ogen- nutteloze looproutes, markeringen en schreeuwerige borden die overal verschenen. Wij Nederlanders werden zwaar onderschat door onze regering vond ik. We hebben toch allemaal een gezond verstand, kunnen heus wel inschatten wat anderhalve meter is en hebben toch geen boa’s nodig om ons te vertellen dat we niet knus met twaalf man aan één tafel kunnen zitten?

Na deze zomer op Terschelling moet ik helaas terugkomen op mijn eerdere standpunt. In tegenstelling tot wat ik dacht beschikt een groot deel van de Nederlanders helemaal niet over een gezond verstand. Of anders vervliegt vrijwel alle intelligentie zodra deze landgenoten van de veerboot afstappen, samen met alle kennis van verkeersregels.

Het begint al op het haventerrein. De eilander rederij doet er alles aan om de toeristenstromen in goede banen te leiden, maar het mag niet baten. Blind voor alle borden, lichtzuilen en personeelsleden die tevergeefs proberen de mensen afstand te laten houden verplaatsen de toeristen zich in opeengepakte troepen over het haventerrein. Een groepje eerder gearriveerde gasten vond het havenplein bovendien dé plek bij uitstek om een potje te gaan volleyballen. Verbaasd kijken ze op als er ineens hordes toeristen met rolkoffertjes hun spelletje komen verstoren.

Even verderop op de Willem Barentszkade is een heuse file ontstaan, een zeldzaam gezicht op Terschelling. Terwijl ik me zo snel mogelijk tussen de wachtende mensen en auto’s door probeer te manoeuvreren wordt al snel duidelijk waarom.

Midden op de weg proberen 6 volwassen toeristen zich in een netjes gerestaureerde Suzuki Samurai te proppen. (Voor wie dit model niet kent: hij is kleiner dan de gemiddelde Fiat Panda.) Nu lijkt me dit gezien de verkeersveiligheid in geen enkel geval een goed idee, en in coronatijden al helemaal niet. Na veel acrobatische toeren lukt het de laatste toerist om zich over de drie mensen op te achterbank te draperen. Met één been uit het raam lukt het nog net om het autodeurtje dicht te krijgen waarna de lange rij auto’s langzaam weer in beweging komt.

Me nog verwonderend over het Samurai tafereel haast ik me langs een jong stel met Louis Vuitton koffers die zich verontwaardigd afvragen waar de kruiers zich verstopt hebben. Dan ben ik vrij. Zigzaggend door de pittoreske smalle straatjes van Oud West loop ik naar mijn minuscule appartementje, op zoek naar een zeldzaam moment van rust in deze bizarre tijden.

Begrijp me niet verkeerd, ik – en vele eilanders met mij – zijn enorm dankbaar dat we deze zomer zoveel toeristen hebben mogen ontvangen (ook hele leuke!). Vrijwel alle ondernemingen zijn afhankelijk van het toerisme en de paniek was dan ook groot toen in het voorjaar alles stil kwam te liggen.

Waar we echter geen rekening mee hadden gehouden was dat een deel van de vakantiegangers meende dat ze zich in hun vakantie niet meer aan de regels hoefden te houden. Zodra ze van de boot afstapten werd de anderhalve meter overboord gegooid, kon men ineens niet meer tellen en werd men doof en blind voor de instructies en oproepen van de eilander ondernemers.

Ook de maatregel ‘in je eentje boodschappen doen’ was zeer moeilijk te bevatten voor veel families. Nadat de plaatselijke supermarkten genoodzaakt waren om beveiliging bij de deur neer te zetten bedachten gezinsleden snode plannetjes om alsnog met zijn allen naar binnen te kunnen om vervolgens voor het zuivelschap een half uur te discussiëren over welk stukje kaas ze zouden kopen. Supermarktmedewerkers die de gezinnen erop attendeerden dat dit niet de bedoeling was konden rekenen op vuile blikken en heftige discussies.   

Natuurlijk snap ik dat we allemaal behoefte hebben om alles even te vergeten. Dat we allemaal even zorgeloos willen genieten van de illusie van vrijheid. Dat we even gezellig met zijn allen op een terrasje willen zitten alsof er niks aan de hand is. En ach, zo in de buitenlucht maakt die anderhalve meter ook niet zoveel uit toch?

Wij als eilander ondernemers snappen dat heel goed, we staan niet voor niets bekend om onze gastvrijheid. Maar terwijl het grootste deel van de toeristen weer huiswaarts keert krijgen wij te maken met de nasleep van dit gedrag. Ik zie hoe mijn horecaburen gedwongen worden hun deuren te sluiten, ik zie dat mijn andere hardwerkende buurvrouw de politie over de vloer krijgt en dat de supermarkt in de clinch ligt met de gemeente.

Omdat het voor een deel van onze gasten te ingewikkeld is om huishoudens aan te geven, in hun eentje boodschappen te doen en om anderhalve meter afstand te houden krijgen wij te maken met boetes, gedwongen sluitingen en misschien zelfs faillissementen. Dus bij deze een oproep aan alle toeristen wiens gezond verstand vervliegt zodra ze van de boot afstappen: begrijp alsjeblieft dat de eilander ondernemers de prijs betalen van jouw onwil, begrijp alsjeblieft dat jouw favoriete kroegje failliet kan gaan omdat jij het niet nodig vindt om anderhalve meter afstand te houden, begrijp alsjeblieft dat jouw onvermogen om te tellen ertoe kan leiden dat mijn buurmeisje straks niet meer naar paardrijles kan, of erger nog; haar huis uit wordt gezet.  

Wellicht is het een idee om het verplicht te maken om, naast een negatieve coronatest, ook een bewijs van vaardigheid te overleggen voordat reizigers de boot op mogen. Met dit bewijs van vaardigheid laat men zien dat ze kunnen tellen, de definitie van ‘huishouden’ begrijpen en weten hoe ons metrisch stelsel werkt. Laten we – nu we toch bezig zijn – hier ook enkele basiskennis over de verkeersregels aan toevoegen, om Suzuki Samurai-leed in de toekomst te voorkomen.  

Verwend

Twee keer per jaar moet ik naar de randstad. Dan racen we in een zo kort mogelijke tijd heen en weer tussen Harlingen, Amsterdam, Den haag en Alphen aan de Rijn om nieuwe collecties in te kopen voor de winkel op Terschelling. Dan verwonder ik me over de ongelooflijke drukte in die wereld van beton en asfalt, en ben ik elke keer weer dolblij als we de afsluitdijk naderen, op weg terug naar het rustige noorden.

Deze zomer komt de randstad naar ons toe. Verwelkomen we een ‘nieuwe soort toeristen’ op Terschelling. Toeristen die anders naar Costa Rica waren gevlogen, of naar Bali, Kaapverdië of de Malediven.

Volgens de Leeuwarder Courant is deze toerist een beetje verwend. Normaal gesproken vliegen ze de hele wereld over om te verblijven in luxe, duurzame ecoresorts maar vanwege de coronacrisis moeten ze noodgedwongen hun heil zoeken in eigen land. Vandaar dat de autodekken van de veerboten al wekenlang volgeboekt zitten en de krappe parkeerplaatsen op Terschelling uitpuilen met dubbel geparkeerde Tesla’s, Volvo’s en glimmende Audi’s.

Doorgewinterde eilandgangers weten allang dat je je auto het beste achter kunt laten op één van de parkeerterreinen in Harlingen. We hebben hier op de Wadden namelijk een veel efficiënter vervoermiddel: de fiets (nee, geen elektrische!). Dit volledig draadloze apparaat brengt je naar het einde van de weg en daar voorbij, en heeft bovendien een positief effect op zowel de fysieke als mentale gesteldheid.

Maar goed, verwend dus. Dit nieuwe type toerist is all-inclusive vakanties gewend en moet nu zelf dingen gaan organiseren. Bij het VVV kantoor komen de globe-trotters verwilderd vragen wat ze moeten doen nu ze alle musea bezocht hebben, en in de winkel zetten mensen grote ogen van teleurstelling op als ik ze vertel dat West-Terschelling slechts twee echte winkelstraten telt.

Een Friese ondernemer suggereert in de krant dat we misschien meer luxe seaview hotels moeten gaan bouwen, zodat deze verwende toeristen volgend jaar misschien nog eens terug komen. Een vreemde suggestie dacht ik, want: moeten we het mooie, rustige en karakteristieke Waddengebied aanpassen om te voldoen aan de grillige wensen van deze ‘toerist nieuwe stijl’? Dit lijkt mij niet. Sterker nog, om deze toeristen verwend te noemen vond ik al enigszins bijzonder. Ben je verwend als je blijkbaar niet meer over de gave beschikt om jezelf te vermaken? Ben je verwend als je de natuurlijke schoonheid van onze prachtige eilanden niet weet te waarderen? Ben je verwend als je zo vervreemd bent van de natuur dat je niet meer durft te dwalen in de duinen en daarom maar blijft rondhangen in het dorp, op zoek naar een park waar je kunt zitten? (true story)  

Het bouwen van luxe seaviewresorts lijkt me dus niet de oplossing. Mijn persoonlijke suggestie? Heropvoedingskampen. Laat onze verwende globetrotters opnieuw kennismaken met de natuur. Leer ze te verdwalen, te ontdekken en te dromen. Laat ze de ultieme vrijheid ervaren op een surfplank in de branding. Geef ze stevige wandelschoenen en laat ze zien dat er een hele wereld bestaat buiten de gebaande paden. Laat ze de magie ervaren van het staren naar een donkere sterrenhemel, vrij van lichtvervuiling en ruis. Laat ze zien dat ‘natuur’ niet enkel een vervelende factor is in het stikstofbeleid, maar een heilzame wereld waarin lichaam en geest kunnen opladen en herstellen.

Investeer dus niet in luxe resorts die onze kustlijnen verpesten, maar zet in op het ervaren en beleven van alles wat het noorden te bieden heeft. Wie weet laten onze verwende globetrotters dan het vliegtuig de volgende keer voor wat het is, verruilen ze de Tesla wat vaker voor de fiets, worden we met zijn allen een fitter en gezonder volk en kunnen we en passant ook nog eens de klimaatdoelen behalen.

Verstand, instinct en hitsige puppies

‘Dat er zoveel poep uit zo’n klein beestje kan komen’ denk ik verwonderd terwijl Frodo met een gelukzalige blik in haar ogen een grote hoop aan het draaien is. Midden op het zebrapad. Aarzelend blijf ik staan, de naar citroen geurende poepzak in mijn hand. Van twee kanten beginnen auto’s te toeteren, en de langslopende toeristen kijken me misprijzend aan terwijl ze zorgvuldig hun rolkoffertjes om de hoop heen manoeuvreren.  

Met een rood hoofd probeer ik snel zoveel mogelijk poep in het plastic zakje te krijgen. Mijn te lange haar (ik moet toch echt eens naar de kapper) valt voor mijn ogen en komt gevaarlijk dicht bij de dampende bruine massa. Frodo heeft ondertussen een chocoladebruine labrador gespot en begint aan de lijn te trekken. De kleine Zweedse herder is loops en wil maar één ding. Enkele weken geleden was het nog een onschuldige puppy. Nu begint ze vol overgave te twerken bij iedere hond die langskomt. Kont omhoog, staart opzij. Van subtiliteit is geen sprake.

Terwijl ik de poepzak dichtknoop en tegelijkertijd probeer te verhinderen dat Frodo de labrador (die een teefje blijkt te zijn) verder aanrandt, bedenk ik me dat ik nog veel kan leren van mijn viervoetige vriendinnetje. Niet dat ik nu willekeurige mensen ga bespringen op straat, of een grote hoop ga draaien op het zebrapad, maar wat betreft haar instinct zou ik een voorbeeld aan Frodo kunnen nemen.

Frodo weet namelijk precies wat ze wil. Of het nou gaat om  eten, poepen of de chocoladebruine labrador. Ik wandel ondertussen 28 jaar rond op deze wereld, en ik heb nog steeds geen flauw idee wat ik hier eigenlijk doe.

Volgens Nietzsche is het ons verstand dat ervoor zorgt dat we ons instinct negeren. Aangezien we ons in de moderne westerse samenleving niet meer druk hoeven te maken over hongerige beren, hongersnoden en ijstijden, heeft ons verstand de overhand gekregen. Ons verstand heeft ons als doel gesteld om gelukkig te zijn, maar aangezien ‘geluk’ geen afgebakend iets is blijven we zoeken. Ik in ieder geval wel. Ik betrap me erop dat ik steeds denk; ben ik nu gelukkig? En nu dan? En nu dan?

In mijn zoektocht naar geluk ben ik zo aan het piekeren of ik het wel goed doe, of ik wel op de goede weg ben, dat ik vergeet om gewoon te leven. Om te luisteren naar mijn onderbewuste, ongeacht wat mijn verstand daarvan vindt. Geleefd door een maalstroom van gedachten zie ik niet meer wat echt belangrijk is. Zoals familie, een lieve vriend, en op dit moment een hyperactieve puppy die alles aanrandt wat op vier poten loopt.

Nog steeds in gedachten verzonken veeg ik een lok haar uit mijn gezicht. Te laat besef ik dat ik de volle poepzak nog in mijn hand heb, en terwijl de in plastic verpakte drol langs mijn gezicht strijkt besef ik: poepzakjes met citroengeur zijn de meest nutteloze investering aller tijden.