Ja maar, dat is een meisje!

‘Ja maar, dat is een meisje!’

Bam. Weg focus. Mijn hand glipt van het messcherpe randje dat ik probeer vast te houden en met een schreeuw van frustratie zeil ik zo’n acht meter naar beneden voordat het touw zich straktrekt en mijn val breekt. Met opeengeklemde kaken staar ik naar de rots voor me. Ik moet me inhouden om niet iets lulligs naar beneden te roepen.

Het jongetje, stomverbaasd dat er ook vrouwelijke rotsklimmers bestaan, wordt ondertussen meegetrokken door zijn rood aangelopen moeder. Ik bevind me te hoog op de rotswand om haar reactie te kunnen verstaan. Zuchtend richt ik mijn concentratie weer op Nishiki Alien, één van de vele klimroutes die het Luxemburgse Berdorf rijk is. Het lukt me echter niet om terug in de flow te komen. Mijn bewegingen zijn harkerig en de irritatie in mijn binnenste begint aan te voelen als een sneeuwbal die almaar groter wordt naarmate hij begint te rollen.

De opmerking is namelijk niet een opzichzelfstaand iets. Telkens wanneer mijn vriend en ik aan het klimmen zijn krijgen we te maken met dergelijk commentaar. Waar mijn vriend blijkbaar voldoet aan het ‘klimmersplaatje’ – breedgeschouderd, flinke spierballen – kijken mensen mij – iele bouw, dunne armpjes – doorgaans verbaasd aan als ze erachter komen dat ik niet alleen maar mee ben om te zekeren.

De meeste opmerkingen zijn goedbedoeld, maar ergens is dat nog wel het ergste. Van: ‘Oh, maar dan brengt hij het touw zeker naar boven?’ tot: ‘Zo, jij hebt vast ergens een stel ballen verstopt!’. De heersende opvatting is nog steeds dat ‘stoere’ sporten vooral mannensporten zijn. Ben je een stoere vrouw? Dan wordt dat alsnog toegeschreven aan mannelijke eigenschappen.  

De vooroordelen zijn overigens niet beperkt tot de klimsport. Overal in de buitensport zijn vrouwen ondervertegenwoordigd. Tijdens mijn werk als kajakinstructeur in Slovenië waren omstanders geregeld verrast als er een grote bos krullen onder mijn helm vandaan kwam, en een activiteitenbureau waar ik werkte zette me steevast achter het bureau neer. Klanten kregen liever instructie van jonge jongens, stelden ze, en kantoorwerk was meer geschikt voor vrouwen. Je zult begrijpen dat ik hier niet lang in dienst ben gebleven.

Het steekt, dat geef ik eerlijk toe. Nederland predikt gelijkheid, maar ondertussen wordt de loonkloof alleen maar groter, moeten we het recht op abortus ineens opnieuw verdedigen, en kunnen kleine jongetjes het niet bevatten dat vrouwen ook kunnen klimmen.

Waar ik eerst geloofde dat die gelijkheid er vanzelf wel zou komen – we hebben immers allemaal een gezond verstand, dacht ik – begin ik er steeds meer aan te twijfelen of we wel op de goede weg zijn. De opmerking van het jongetje maakt pijnlijk duidelijk dat vooroordelen al op zeer jonge leeftijd gevormd worden. Of het nou ligt aan de tekenfilms waarin prinsessen gered moeten worden door een stoere prins, of de schoolboeken waarin vrouwen nog altijd verpleegsters zijn en mannen wetenschapper, ergens gaat het fout.  Er moet iets veranderen, en wij vrouwen zullen het zelf moeten afdwingen.

Volgende keer als iemand me vraagt waar ik mijn ballen heb verstopt zal ik uitleggen dat zo’n slingerende zak tussen je benen helemaal niet handig is als je je teen naast je oor probeert te zetten, dat kleine vingers veel handiger zijn bij het vasthouden van kleine randjes, en dat de meest iconische rotswand ter wereld (The Nose, Yosemite) voor het eerst is vrijgeklommen door, jawel: een vrouw.

Column: Ballen

Waarom massale castratie de oplossing is voor het stikstofprobleem.

‘Al het leven is door god geschapen, en moet gekoesterd en beschermd worden.’ Aldus Truus in haar emotionele ingezonden brief aan de Leeuwarder Courant. Dankbaar was ze, dat de Pro-life beweging actief zieltjes aan het winnen was, en dat Thierry Baudet er openlijk voor uitkwam dat de vrouw eigenlijk gewoon een wandelende broedmachine is die achter het aanrecht hoort. Truus wil al die broedsels graag beschermen, want al die wurmpjes zijn kinderen van God. Wat God heeft gemaakt mag niet gedood worden, aldus Truus, de Pro-life beweging en Baudet. Dat deze godvrezende mensen er geen problemen mee hebben om vlees te eten vind ik dan wel weer bijzonder.

Een verbod op abortus vind ik prima, er is namelijk een simpele oplossing: een verplichte vasectomie voor de mannelijke bevolking in vruchtbare leeftijd. Een simpele ingreep, die ook nog eens makkelijk te herstellen is mocht de kinderwens daar zijn.

Ik zie het helemaal voor me: geen stinkende rubbertjes meer die kunnen knappen, geen noodzaak om dagelijks hormoonpillen te slikken en geen spiralen die in baarmoeders gedouwd hoeven te worden.

Nu de Pro-lifers niet meer hoeven te posten bij abortusklinieken kunnen ze zich vol overgave storten op het vegetarische diëet, kan de veestapel gehalveerd worden en zijn de stikstofproblemen ook meteen de wereld uit. En dan nog de woningnood! Minder (ongewenste) kinderen die vroegtijdig het huis uit moeten, geen huismelkpraktijken meer en meneer Haga die weer rustig op zijn Zetel mag plaatsnemen. Ik denk dat ik een nieuwe politieke partij ga oprichten. Partij KNIP.

Of misschien moet ik de zware taak op me nemen om al die zaadleiders door te knippen, daar ben ik nog niet helemaal over uit.

In ieder geval hoeven we ons geen zorgen meer te maken over een Thierry Junior, ervan uitgaande dat geen vrouw zich vrijwillig zal laten bezwangeren door Baudet. De heide kan weer vrolijk groeien op de Veluwe, en Truus kan weer rustig slapen. Alles met een klein, simpel knipje.

Maar wat hoor ik nu meneer Baudet; U wilt zeggenschap over uw eigen lijf en vindt dat de overheid die keuze niet voor u mag maken?