Kom op, we zijn beter dan dat

Ik kijk altijd minzaam en enigszins medelijdend naar nieuwsitems over voetbal. Vanochtend weer: bij amateur wedstrijden in de jeugdklasse, zijn er beveiligers nodig om de veiligheid van de (in dit geval jonge-) scheidsrechters te waarborgen. De supportende ouders willen namelijk nog wel eens een kindscheidsrechter in elkaar trappen. Daarnaast is racisme op de tribunes een terugkerend fenomeen, en bevindt de sport zich qua emancipatie nog in de 19e eeuw. Je hoort het: ik ben geen fan van voetbal.

Ik was stiekem altijd een beetje trots op onze klimgemeenschap. Een gemeenschap waarin iedereen welkom is en geaccepteerd wordt. Een gemeenschap waarin een beginner die een 5b aan het klimmen is net zo hard wordt aangemoedigd als een klimmer in een 8c, en waarin het niet uitmaakt of je groot/klein/jong/oud/homo of hetero bent. Of man of vrouw, we zijn immers beter dan de voetballers niet?

Mijn frustratie was dus groot toen ik het item van de NOS zag over het NK speedklimmen van vorige week zaterdag. Ruim drie minuten besteedde de NOS aan de opkomende klimsport. Goede reclame natuurlijk, maar waar waren de dames die meededen? Waarom werd niet gemeld dat Elbrich Schoorstra het Nederlandse vrouwenrecord heeft verbroken? Waarom werd er alleen gesproken over twintig mannen die naar de Olympische spelen mogen?

In een verklaring meldde de NOS dat het item zich wilde richten op de regerend Nederlands kampioen. Dat het item geen wedstrijdverslag was, maar een introductie van de sport, en dat het niveau van Jules Kluwer hen aansprak. Een zeer politiek correct antwoord, en natuurlijk is het hun journalistieke vrijheid om te bepalen hoe een item eruit komt te zien.

Toch ben ik van mening dat het vooral bij een introductie van de sport belangrijk is om te laten zien dat er ook vrouwen meedoen. Dat er ook vrouwen zijn die snoeihard trainen om records te verbreken. Dat je geen man hoeft te zijn om aan onze fantastische sport mee te kunnen doen.

Laten we alsjeblieft niet in dezelfde valkuilen trappen als de voetballers. Laten we alsjeblieft vanaf het allereerste begin zien dat klimmen ook een sport is voor iedereen. Laten we alsjeblieft niet pas na jaren aandacht besteden aan het feit dat er ook professionele klimsters zijn, zoals gebeurd is bij het damesvoetbal. Laten we alsjeblieft ook vertellen dat er twintig vrouwen naar de Olympische spelen gaan. Niet pas na jaren, maar nu.

Het pas ingevoerde vrouwenquotum illustreert dat we het met alleen goede bedoelingen niet redden. We moeten consequent, vanaf dag één, laten zien dat klimmen ook een sport is voor dames. Noem me irritant, noem me een feminazi, maar elke keer dat de klimsport neergezet wordt als een mannensport zal ik erop wijzen dat dit niet zo is.

De geschiedenis leert dat gelijkheid niet vanzelf komt. We moeten ervoor vechten. Niet later, maar nu. Zodat ik ook in de toekomst, nog steeds minzaam en enigszins medelijdend naar de voetbalnieuwsitems kan kijken.

Ja maar, dat is een meisje!

‘Ja maar, dat is een meisje!’

Bam. Weg focus. Mijn hand glipt van het messcherpe randje dat ik probeer vast te houden en met een schreeuw van frustratie zeil ik zo’n acht meter naar beneden voordat het touw zich straktrekt en mijn val breekt. Met opeengeklemde kaken staar ik naar de rots voor me. Ik moet me inhouden om niet iets lulligs naar beneden te roepen.

Het jongetje, stomverbaasd dat er ook vrouwelijke rotsklimmers bestaan, wordt ondertussen meegetrokken door zijn rood aangelopen moeder. Ik bevind me te hoog op de rotswand om haar reactie te kunnen verstaan. Zuchtend richt ik mijn concentratie weer op Nishiki Alien, één van de vele klimroutes die het Luxemburgse Berdorf rijk is. Het lukt me echter niet om terug in de flow te komen. Mijn bewegingen zijn harkerig en de irritatie in mijn binnenste begint aan te voelen als een sneeuwbal die almaar groter wordt naarmate hij begint te rollen.

De opmerking is namelijk niet een opzichzelfstaand iets. Telkens wanneer mijn vriend en ik aan het klimmen zijn krijgen we te maken met dergelijk commentaar. Waar mijn vriend blijkbaar voldoet aan het ‘klimmersplaatje’ – breedgeschouderd, flinke spierballen – kijken mensen mij – iele bouw, dunne armpjes – doorgaans verbaasd aan als ze erachter komen dat ik niet alleen maar mee ben om te zekeren.

De meeste opmerkingen zijn goedbedoeld, maar ergens is dat nog wel het ergste. Van: ‘Oh, maar dan brengt hij het touw zeker naar boven?’ tot: ‘Zo, jij hebt vast ergens een stel ballen verstopt!’. De heersende opvatting is nog steeds dat ‘stoere’ sporten vooral mannensporten zijn. Ben je een stoere vrouw? Dan wordt dat alsnog toegeschreven aan mannelijke eigenschappen.  

De vooroordelen zijn overigens niet beperkt tot de klimsport. Overal in de buitensport zijn vrouwen ondervertegenwoordigd. Tijdens mijn werk als kajakinstructeur in Slovenië waren omstanders geregeld verrast als er een grote bos krullen onder mijn helm vandaan kwam, en een activiteitenbureau waar ik werkte zette me steevast achter het bureau neer. Klanten kregen liever instructie van jonge jongens, stelden ze, en kantoorwerk was meer geschikt voor vrouwen. Je zult begrijpen dat ik hier niet lang in dienst ben gebleven.

Het steekt, dat geef ik eerlijk toe. Nederland predikt gelijkheid, maar ondertussen wordt de loonkloof alleen maar groter, moeten we het recht op abortus ineens opnieuw verdedigen, en kunnen kleine jongetjes het niet bevatten dat vrouwen ook kunnen klimmen.

Waar ik eerst geloofde dat die gelijkheid er vanzelf wel zou komen – we hebben immers allemaal een gezond verstand, dacht ik – begin ik er steeds meer aan te twijfelen of we wel op de goede weg zijn. De opmerking van het jongetje maakt pijnlijk duidelijk dat vooroordelen al op zeer jonge leeftijd gevormd worden. Of het nou ligt aan de tekenfilms waarin prinsessen gered moeten worden door een stoere prins, of de schoolboeken waarin vrouwen nog altijd verpleegsters zijn en mannen wetenschapper, ergens gaat het fout.  Er moet iets veranderen, en wij vrouwen zullen het zelf moeten afdwingen.

Volgende keer als iemand me vraagt waar ik mijn ballen heb verstopt zal ik uitleggen dat zo’n slingerende zak tussen je benen helemaal niet handig is als je je teen naast je oor probeert te zetten, dat kleine vingers veel handiger zijn bij het vasthouden van kleine randjes, en dat de meest iconische rotswand ter wereld (The Nose, Yosemite) voor het eerst is vrijgeklommen door, jawel: een vrouw.