Alleen op pad

Daar zit ik dan, met een gescheurde wandelbroek, een geblutst ego en een -zo te voelen- ernstig blauw achterste. Frodo, die ik op de arm heb, likt enthousiast mijn gezicht terwijl ik me overgeef aan een almaar heftiger wordende lachbui. Als ik weer enigszins op adem ben gekomen van mijn lachstuip (nog best een uitdaging met een hondentong in je neus) kijk ik om me heen om mijn situatie nog eens in kaart te brengen.

Ik zit in een modderpoel onder aan één van de steilste stukken van het pad. Mijn laatste droge kledingstuk is nu niet alleen gescheurd maar zit ook nog eens onder de modder. Frodo ligt nog steeds blij op mijn arm en begint met haar neus in mijn zij te porren op zoek naar kaas. Mijn armen zijn tot bloedens toe geschaafd en ik denk niet dat ik de komende dagen fatsoenlijk kan zitten. En ik ben dolgelukkig.

Wat ik van deze week moest verwachten wist ik niet, of eigenlijk had ik niet eens tijd om verwachtingen op te bouwen. Deze trip was namelijk niet echt een gepland weekje relaxen in de bergen maar eerder een soort van noodgreep in de hoop dat ik na een weekje rust weer enigszins kon functioneren.

De laatste weken zijn namelijk druk geweest. Heel erg druk, nog veel drukker dan normaal in de zomer op Terschelling. Begrijp me niet verkeerd, hier ben ik ongelooflijk dankbaar voor aangezien de economie van het eiland – net als in de rest van Nederland – zwaar te lijden heeft gehad onder de lockdowns. Maar die onophoudelijke drukte, daar ga ik dus niet zo goed op.

Het begon met vermoeidheid en een lichte tegenzin om naar mijn werk te gaan. Gedurende de weken werd ik steeds prikkelbaarder en had ik steeds meer moeite met vrolijk doen tegen klanten. Terwijl ik mijn gezicht in een soort van glimlach probeerde te wringen dacht ik bij iedere klant die binnenkwam: OPTIEFEN ALSJEBLIEFT EN LAAT ME NOU EENS MET RUST VERDOMME!

Deze fase werd opgevolgd door een soort van zombiestaat waarin het me nog net lukte om alle noodzakelijke taken te volbrengen, maar meer ook niet. Vervolgens wilde ik alleen nog maar huilend wegkruipen in een hoekje en kwam er geen zinnig woord meer uit. Kortom: ik was niet echt op mijn best.

Voordat iedereen nu allemaal psychiaters op me af gaat sturen: deze periodes komen vaker voor en ik raak er zo langzamerhand aan gewend. Ze worden veroorzaakt door overprikkeling en hebben te maken met mijn ADD.  

Op het hoogtepunt (of dieptepunt, het is maar net hoe je het bekijkt) van mijn ‘mentale ongemakken’ moesten we naar een trouwerij. Als daggast werden we om half drie in de middag verwacht en de festiviteiten zouden tot ongeveer middernacht doorgaan. Slik.

De trouwceremonie zelf was buiten en het lukte me om deze uit te zitten zonder hysterisch in huilen uit te barsten. Vanzelfsprekend was ik erg trots op mezelf. Daarna was het echter tijd voor het onvermijdelijke fotomoment. Terwijl verschillende bevriende stellen één voor één werden uitgenodigd om samen met het verse bruidspaar op de foto te gaan werd ik steeds zenuwachtiger. Het idee dat ik – een hyperventilatie-aanval onderdrukkend – lief moest proberen te lachen terwijl er ook nog eens een joekel van een camera op me gericht werd werd me gewoonweg teveel en ik was dan ook driftig op zoek naar ontsnappingsmogelijkheden.

Zodra de mogelijkheid zich voordeed maakte ik me dus snel uit te voeten in de hoop dat niemand mijn afwezigheid zou opmerken. IJdele hoop uiteraard.

Pim- al jarenlang mijn lieve vriendje –  is ondertussen wel gewend aan mijn vluchtgedrag en wist dan ook precies waar hij me moest zoeken: in het naastgelegen parkje waar ik met een betraand gezicht onsamenhangend zat te brabbelen tegen de damherten. Het moet er vreemd uit hebben gezien: een huilende hippie met een verwilderde bos krullen en Pim in zijn beste pak die me probeerde over te halen mijn gesprek voort te zetten met iemand van mijn eigen diersoort. Zelfs de lokale junkies liepen met een grote boog om ons heen.

Lang verhaal kort: ik moest er even tussenuit.

Vandaar dat ik een week later mijn camperbusje vollaadde met eten en hondenspeeltjes en samen met Frodo koers zette naar het Kleinwalsertal in Oostenrijk. Alhoewel ik het best spannend vond om in mijn eentje op pad te gaan (nouja, met Frodo dan) keek ik erg uit naar lange bergwandelingen, mooie uitzichten en lekker buiten zitten voor mijn busje. Helaas had het onvoorspelbare bergweer andere plannen.

Tijdens mijn eerste nacht op de camping werd ik wakker van een luid geroffel op het dak van mijn kleine Citroën. Regen. Heel veel regen. Toen de ochtend aanbrak regende het nog steeds. Dikke grijze wolken hingen zwaar op de bergflanken en zware druppen beukten onafgebroken op mijn blikken onderkomen.

Een snelle blik op de weer-app op mijn telefoon deed me de moed in de schoenen zinken. De komende 5 dagen: nog meer regen. Dag in dag uit: 100% non-stop stortregen. Alleen op de laatste dag van mijn verblijf in het Kleinwalsertal was er kans op een voorzichtig zonnetje. Tweemaal slik.

Toen ik naar Oostenrijk vertrok wist ik dat het tijdens mijn solo-weekje twee kanten op kon gaan: óf ik zou helemaal opladen tijdens lange wandelingen in de frisse berglucht, óf ik zou opgeslokt worden door de duisternis waarvan ik weet dat hij in mij sluimert. Bij het zien van het weerbericht vreesde ik het laatste. Wandelen in de regen vind ik zelf namelijk niet erg, maar Frodo de stoere vikinghond verandert in een dwarse dramaqueen zodra haar korte pootjes nat worden. Niet echt een ideaal wandelmaatje voor natte bergtochten dus.

Terwijl ik vertwijfeld mijn blik door mijn busje laat gaan valt mijn oog op het boek dat ik aan het lezen ben: ‘The Rock Warriors Way’ van Arno Ilgner. Dit boek gaat grotendeels over mentale training voor klimmers, maar bevat ook veel technieken die in het dagelijkse leven goed van pas komen. Het belangrijkste punt: bepaalde omstandigheden kan je niet veranderen, hoe je met deze omstandigheden omgaat wél. Je kan uitgebreid gaan zitten balen en wensen dat de situatie anders was, maar dit kost alleen maar energie. Energie die je ook op een nuttige manier kan gebruiken: om je harige dramaqueen over te halen om naar buiten te gaan bijvoorbeeld.

Enigszins gesterkt door dit inzicht hul ik me in mijn regenkleding (die ongelofelijk lek bleek te zijn), doe Frodo aan de lange looplijn en ga lopen. In de stromende regen. Elke dag opnieuw. Frodo lijkt zich te hebben neergelegd bij haar lot en wandelt knorrig met me mee. Zo nu en dan moet ik haar wat extra motiveren met stukjes lokale alpenkaas (waar ze ’s nachts enorm van gaat liggen ruften) maar op gegeven moment lijkt ze het bijna leuk te gaan vinden. Ze blaft enthousiast naar verbaasd kijkende koeien, snuffelt aan elk interessant bloemetje en wordt helemaal gek bij het zien van twee waggelende alpenmarmotten.

Bij terugkomst veegt ze zich verwoed af aan mijn beddengoed om vervolgens tevreden ruftend in slaap te vallen op mijn slaapzak. Mijn voorraadje droge kleren slinkt met de dag, in de bus hangt een doordringende natte-hondengeur en af en toe heb ik wat slokken whisky nodig om de moed erin te houden, maar we hebben het goed. Tot mijn eigen verbazing vermaak ik me prima. Mijn oververmoeide brein lijkt met elke stap meer tot rust te komen en de eindeloze regen draagt op een vreemde manier bij aan het gevoel van avontuur. Een Engels maatje van me zei ooit: ‘You seem to have a passion for suffering’ en ik moet grinnikend constateren dat hij gelijk heeft.  

Dan breekt de laatste dag aan. De lucht is strakblauw en de zon werpt zijn eerste stralen op de intens groene bergflanken. Snel zet ik een pot koffie en werk ik een bak havermout naar binnen. Al mijn kleding is ondertussen vochtig maar na wat gesnuffel vind ik een shirt dat nog niet heel erg hard stinkt. Goed genoeg.

Ik prop mijn modderige rugzak vol met water en snacks en dan gaan we op weg naar de Widdersteinhutte. Een wandeling van zo’n 6 uur over rotsachtig terrein. Een wandeling die ik al een week lang wilde doen maar wat me niet verantwoord leek gezien het weer.

In rap tempo klauter ik over steile bergpaadjes, wandel ik langs imposante watervallen en kom ik al snel boven de boomgrens. ‘Jij zit ook altijd vast in de hoogste versnelling’ hoor ik Pim in mijn gedachten mopperen terwijl ik onvermoeibaar doorwandel. Want dat ben ik, realiseer ik me. Twee weken geleden kon ik amper mijn bed uitkomen en barstte ik bijna in tranen uit bij het idee van nóg een drukke werkdag, nu klauter ik zonder moeite naar zo’n 2000 meter hoogte, met Frodo op de arm waar dat nodig is.

Al snel bereik ik het hoogste punt van de bergpas en word ik beloond met het uitzicht waar ik zo naar verlangde. Bergen. Zover als ik kan kijken. Groene dalen en besneeuwde toppen, met slechts hier en daar tekenen van de hectische beschaving die zich beneden in de diepte bevindt. Het is alsof ik al mijn stress en zorgen in het dal heb achtergelaten en ik voel me lichter dan ooit. ‘Kon ik hier maar blijven..’ verzucht ik in mezelf. Omringd door adembenemende toppen, bloemenvelden en een Frodo die vindt dat ze nu TOCH ECHT WEL EEN STUK KAAS VERDIEND HEEFT VERDOMME!!!

Na een korte snackpauze is het toch echt tijd om weer richting het dal te gaan en beginnen Frodo en ik aan de afdaling. Maar. Naar beneden blijkt dus een tikkeltje uitdagender dan naar boven klauteren. Oeps.

Bij een bijzonder steil stuk neem ik Frodo op de arm en bekijk ik eens kritisch hoe ik dit ga aanpakken. Rechts van me is een diepe afgrond waarin ik een rivier hoor bulderen. Links van me bevind zich een gladde rotswand met hier en daar een klein randje waar ik me aan vast kan houden. Het pad zelf bestaat uit een serie aflopende stenen die een soort natuurlijke trap lijken te vormen. Door de natte omstandigheden van afgelopen week zien de stenen op het pad er echter zo glad uit dat het onmogelijk lijkt om erop te gaan staan zonder uit te glijden.

De enige optie lijkt om mezelf op mijn achterste naar beneden te laten zakken met Frodo op de arm. Ik ga zitten en probeer me schrap te zetten met mijn rechtervoet terwijl ik mijn linkervoet op een tree lager probeer te krijgen. Frodo lijkt het een grappig spelletje te vinden en begint speels in mijn vlecht te bijten die over mijn schouder hangt. Afgeleid door het plotselinge getrek aan mijn haar voel ik plots mijn rechtervoet wegglijden en stuiter ik op mijn achterste naar beneden over de gladde stenen. Met een luid ‘krrgggg’ laat mijn wandelbroek weten dat hij nu echt genoeg heeft van mijn fratsen, en een halve seconde later kom ik tot stilstand in een modderpoel onderaan het steile stuk.

Enigszins verdwaasd check ik of alles nog heel is, om vervolgens proestend in lachen uit te barsten.

Ik moet lachen om mezelf, omdat ik het elke keer weer presteer om mezelf in onmogelijke situaties te manouvreren. Lachen om Frodo, die dolblij lijkt te zijn ondanks het feit dat ik haar al een week meesleep over modderige paadjes in de stromende regen. Ik moet lachen omdat ik hier verdorie een partijtje gelukkig zit te wezen. Alleen, met een eigenwijze Zweedse Herder in een modderpoel, stinkend naar natte hond, met geschaafde armen en een scheur in mijn beste wandelbroek.

Gelukkig omdat ik eindelijk rust ervaar in mijn altijd drukke brein. Gelukkig in mijn eentje, met de zon op mijn gezicht en het geruis van watervallen op de achtergrond. Gelukkig in de wetenschap dat ik, als het nodig is, de boel de boel kan laten en kan zeggen: ‘The mountains are calling and I must go.’

Dagboek van een ADDer

Het is weer zo’n dag: vanaf het moment dat ik wakker werd is het een enorme chaos in mijn hoofd. Dromen, ideeën en gedachten buitelen over elkaar heen en schreeuwen om aandacht en energie. Het interieur van mijn kleine huisje weerspiegelt de warboel in mijn hoofd. De keuken staat vol met afwas en 10 kilo courgettes uit de moestuin die om aandacht vragen, de vloer ligt bezaaid met hondenspeeltjes en stukken kachelhout en de vensterbank ligt vol met kluwen snoertjes en stervende planten. Hiertussendoor stuitert Frodo, onze eigenwijze Zweedse Herder, vrolijk rond. Gelukkig zijn Frodo’s gedachten en emoties een stuk minder gecompliceerd dan de mijne en bestaan deze voornamelijk uit het volgende: ‘POEPEN! ETEN! KNUFFELEN! EN WEL NU!!!’.

Maar oké. Chaos dus. Vrijwel continu. Best vermoeiend.

Schrijven lijkt de enige oplossing. Door te schrijven lukt het me tot op zekere hoogte om enige orde aan te brengen in mijn gedachtestromen en kan ik als het ware alle verschillende emoties, gedachten en woeste plannen opbergen in verschillende mapjes, net als de documenten op mijn computer.

Vaak gaat het vervolgens enige tijd goed, totdat alle opslagruimte weer te vol raakt en ik volledig vastloop met huilbuien, hyperventilatie-aanvallen en een enorme drang om te emigreren naar een eenzame berg in de Andes tot gevolg. Enige remedie bij een dergelijke crash: uitzetten, met rust laten en na een tijdje kijken of de boel weer opnieuw opgestart kan worden.  

Het was de psycholoog die opperde dat ik iets met deze schrijfsels moest doen. Ze vond mijn observatievermogen opmerkelijk en dacht dat andere mensen het misschien leuk zouden vinden om af en toe eens mee te lezen. Het idee om anderen een inkijkje te geven in mijn brein vond ik doodeng, maar aangezien ik altijd roep dat het goed is om enge dingen te doen vond ik dat ik toch een poging moest wagen.

Vandaar de start van dit blog. Vol enthousiasme begon ik aan verschillende artikelen. Over klimmen, over reizen en over wonen in het klein op Terschelling. Op dit moment heb ik minstens vijftien half afgemaakte artikelen in mijn documenten staan, die allemaal nog steeds wachten op een vervolg.

Het probleem? Structuur. Of eigenlijk: het gebrek eraan.

Alhoewel ik af en toe iets samenhangends produceer, zijn de meeste van mijn verhalen net zo chaotisch als de warboel in mijn hoofd. Dan begin ik met een filosofisch reisverslag over mijn laatste klimtrip naar Catalonië en eindig ik met het perfecte recept voor bananenbrood en een betoog over waarom het een vet goed idee is om een ezeltjesopvangboerderij te beginnen. Gevolg: veel artikelen worden door mijzelf in het mapje ‘slaat nergens op’ geplaatst en kwijnen vervolgens weg in een stoffig rommelig hoekje van mijn harde schijf.

Toch vind ik dit ergens jammer. Deze verhalen, avonturen en observaties zijn een belangrijk deel van wie ik ben en door deze te kwalificeren als ‘niet goed genoeg’ voelt het alsof ik mijn eigen persoonlijkheid een onvoldoende geef. Het oorspronkelijke doel was om een inkijkje te geven in mijn wereld maar ergens onderweg werd ik onzeker, raakte ik afgeleid en vergat ik wat ik nou eigenlijk ook alweer aan het doen was.

Vandaar mijn behoefte om even opnieuw te beginnen. Even te resetten.  

Gezien het feit dat chaos de enige constante is in mijn nogal turbulente leven, bedacht ik vanmorgen het volgende plannetje voor mijn schrijfsels: chaos als structuur. Dus bij deze: minder perfectie, minder structuur en samenhangende verhalen en; meer warboel, meer onvolkomenheden en meer nergens-op-slaande woeste plannen.

Dus ben je benieuwd naar klimavonturen in Catalonië, het perfecte recept voor bananenbrood en waarom het een vet goed idee is om een ezeltjesopvangboerderij te beginnen? Lees dan vooral mee. Heb je al genoeg aan je eigen chaos? Dan is het wellicht een goed idee om je browser te sluiten en op te gaan ruimen. Zou ik ook moeten doen.