Een stap terug om vooruit te kunnen

Zoals velen van jullie ondertussen weten wonen Pim  en ik klein, heel erg klein. Op zo’n 25 vierkante meter om precies te zijn. Wie nu een schattige tiny house voor zich ziet, ergens op een idyllische locatie omringd door biologische moestuinen, bossen en weilanden moet ik helaas uit de droom helpen. Ons kleine huurstudiootje bevindt zich op twee hoog in een klein appartementencomplex aan de haven van West-Terschelling. Het enige idyllische aan onze woonruimte is het uitzicht, en dat is werkelijk fantastisch.

Bijna elke ochtend zie ik de zon opkomen boven de Waddenzee. Dan zit ik met mijn kopje koffie in de vensterbank te kijken hoe de lucht verandert in een kleurenspel van diepblauw, roze en oranje. Op heldere dagen kunnen we vrijwel de hele kust van Friesland ontwaren, inclusief rookpluimen en miniatuurwindmolens.

Als het donker is markeren de rode en groene lichtjes van de boeien de vaarroutes over de Waddenzee, en werpt de Brandaris elke 5 seconden een baan licht over de grote watermassa die zich voor ons raam uitstrekt. Af en toe worden we ’s nachts wakker geschud door de ronkende motoren van de reddingboot of één van de bergingsbootjes die vlak voor ons gebouw aanleggen. Dan realiseren we ons dat er iemand naar het ziekenhuis moet, of dat er ergens op zee een schip hulp nodig heeft van de bergingsmaatschappij.

Maar hoe groots ons uitzicht ook is, ook zijn er tal van kleine ergernissen en problemen waar je tegenaan loopt als je met twee volwassenen en een eigenwijze hond op 25 vierkante meter moet leven.

Zo is het om te beginnen altijd een chaos in ons studiootje. Doordat de helft van de muren schuin zijn is er namelijk maar tegen één wand ruimte voor een kast. Deze kast, zo’n Ikea vakkenkast, doet dienst als kledingkast, boekenkast, drankkast en klimmateriaal-opbergkast. Nu denk je misschien dat we mega-georganiseerd zijn aangezien we zoveel zooi in die kast weten te krijgen, maar niets is minder waar (nouja, Pim is redelijk georganiseerd, ik ben een enorme chaoot). Mijn manier van opruimen bestaat voornamelijk uit mandjes uit de kast trekken om erachter te komen waar nog een vierkante centimeter beschikbare ruimte te vinden is. Het resultaat hiervan is dat mijn telefoonoplader ergens tussen mijn ondergoed ligt, de Whisky tussen de klimtopo’s staat en de helft van mijn kleding in een kratje gepropt zit samen met gasbranders, magnesium en een set schroevendraaiers.

De spullen die niet in deze kast passen liggen verspreid door de ruimte, voornamelijk op het keukenbarretje dat tevens dienstdoet als chemisch laboratorium, werkplek en surfplank-repareer-werkbank.     

Daarnaast levert het gebrek aan buitenruimte ook enige ongemakken op. Zo hebben we bijvoorbeeld geen ruimte om onze natte wetsuits te laten drogen. Deze hangen noodgedwongen in de douche, vanwaar ze gestaag de penetrante geur van nat neopreen door onze woonruimte verspreiden. Deze geur vermengt zich vervolgens met putlucht, afkomstig uit het niet-functionerende doucheputje, en etensluchten uit onze keuken-zonder-afzuigkap. Alles bij elkaar vormt dit een bijzonder geurenpalet dat ik alleen maar kan omschrijven als: bijzonder muf.

‘Ja maar, dan zet je toch gewoon een raam open?’ hoor ik je denken, maar daar zit nou juist het probleem. Het raam van onze keuken-zonder-afzuigkap wil namelijk maar een heel klein stukje open aangezien de kraan in de weg zit. Het raam aan de voorzijde, dat uitkijkt over de Waddenzee, kan eveneens maar een klein stukje open. Bovendien betekent ‘aan zee wonen’ dat je vaker wel dan niet te maken hebt met een wind van windkracht 6 of hoger die, in ons geval, pal op het raam staat. Door dit raam open te zetten creëer je niet een vlaagje tocht, maar een heuse indoor tornado waar je krullen recht overeind van gaan staan.

Klein wonen is dus niet alleen maar idylle, romantiek en biologische moestuinen, zoals de tiny house beweging je wilt doen geloven. Toch heb ik geen moment spijt gehad van de beslissing om onze ruime twee-onder-een-kapwoning op te geven om klein te gaan wonen op mijn thuiseiland. In het grote huis in Havelte voelde ik me verloren, alsof mijn leven een weg ingestuurd werd die me steeds verder bij mezelf vandaan bracht. Verhuizen naar een micro-appartement lijkt voor velen misschien een flinke stap terug op de maatschappelijke ladder, maar voor mij voelt het als een stap dichter naar mezelf. Hier op het eiland kan ik weer ademen (zelfs omgeven door het bijzonder muffe geurenpalet) en voel ik me – ondanks alle coronamaatregelen- vrijer dan ooit. Ik kan alleen maar dromen over hoe fantastisch het dan wel niet moet zijn als we straks weer mogen reizen, klimmen en op het terras van de zon mogen genieten.

Toch betekent dit niet dat we eeuwig in ons kleine studiootje blijven wonen. Sterker nog, we gaan in het voorjaar verhuizen naar een plekje iets verderop in het dorp. Dit huisje is nog steeds klein, maar heeft een afzuigkap (jeej!), ramen die open kunnen (jeej!) en een tuin (driedubbel jeej!).

Natuurlijk gaan we ook in dit huisje tegen imperfecties aanlopen, maar dat is oké. Het leven is namelijk nooit perfect, en dat is precies zoals het zou moeten zijn. Want de imperfecties in het leven houden ons in beweging. Zorgen ervoor dat we blijven vernieuwen, ontdekken en uitproberen. Soms pakt dit goed uit, soms iets minder. Daar kunnen we dan van leren zodat we nieuwe stappen kunnen zetten. Of een stapje terug, want soms moeten we een stap terug doen om vooruit te kunnen.