Wonen op 25 m2 in tijden van corona

Begin dit jaar schreef ik over vrijheid. Over klein wonen en groots leven. Over het vaarwel zeggen van zekerheden om meer te kunnen reizen. We verkochten ons huis in Havelte, Pim zou na de zomervakantie stoppen met zijn baan als leraar en een klein studiootje op Terschelling zou gaan fungeren als thuisbasis. Een veilige haven waar we naar terug zouden keren tussen het reizen en klimmen door.

Toen kwam Corona, gingen de grenzen dicht en verdween mijn jaarinkomen als sneeuw voor de zon. Vrijheden werden verder ingeperkt dan ooit, zonder dat er zicht was op verbetering. Geen licht aan het einde van de tunnel, geen wolk met een zilver randje.

In een staat van lichte paniek gooiden we de meest essentiële spullen in mijn roestige bus en vertrokken we naar het eiland. Wat een rustige overgang zou zijn naar ons nieuwe leven veranderde in een gehaaste vlucht.

Het verhuizen zelf was zo klaar, veel plek voor meubels heb je immers niet in een studiootje van 25 vierkante meter. De versleten meubels uit mijn studententijd bleken meer geschikt voor ons nieuwe leven dan de meubels uit Havelte, en zo kwam het dat onze luxueuze boxspring vervangen werd door mijn oude Ikea uitschuifbed, de grote hoekbank plaatsmaakte voor een compacte tweezitter, en de kledingkast überhaupt helemaal achterbleef. De weinige kledingstukken die we meenamen propten we in manden en laden, overal waar plek was eigenlijk. 

Op mijn verjaardag ging de ‘intelligente lockdown’ in. Dit betekende onder andere dat Pim ging lesgeven vanuit huis. Voor een normaal huishouden brengt dit al enige uitdagingen met zich mee, maar als je met twee personen (en een eigenwijze hond) leeft, kookt en slaapt in één kleine ruimte wordt het helemaal ingewikkeld. De gemiddelde doordeweekse dag zag er ongeveer uit als volgt:

Elke ochtend om zeven uur werden we gewekt door de veerboot. De loeiende scheepshoorn was voor Frodo hét signaal dat ze op ons bed mocht springen (iets wat ze zelf had verzonnen). Pim probeerde eerst nog de ‘Frodo-mag-niet-op-het-bed-regel’ te handhaven, maar stiekem vond ik het wel vrolijk wakker worden. Na enkele minuten geknuffeld te hebben gingen we uit bed en stapelden we de twee losse matrassen op. Vervolgens konden we het bed inschuiven om iets meer ruimte te creëren.

Als ik terugkwam van mijn ochtendwandeling met Frodo zat Pim meestal al achter zijn computer. Via vele verschillende schermpjes kon hij zijn leerlingen in de gaten houden en andersom. Dit hield in dat onze kleine studio, naast keuken, slaapkamer en woonkamer, nu ook ineens fungeerde als klaslokaal. Iets waar Pim me meerdere keren paniekerig aan moest herinneren als ik weer eens halfnaakt door de kamer liep.

Net als vele anderen had ik door de lockdown ineens veel meer vrije tijd dan normaal. Waar andere mensen gingen klussen, Netflixen of brood bakken, stortte ik me op mijn klimtraining om mijn constant malende brein tot rust te brengen. Het fenomeen ‘coronakilo’s’ was mij dan ook volkomen vreemd. Probleem was echter wel dat ook mijn klimtraining zich afspeelde in onze woonkamer annex slaapkamer, keuken en klaslokaal.

Meestal bestond mijn warming-up uit enkele yoga oefeningen. Terwijl ik uit het zicht van de webcam mijn innerlijke rust probeerde te vinden in de ‘downward facing dog’ pose deed Frodo steevast haar uiterste best om mijn neus op te eten. Aangezien rustig ademhalen nogal lastig is als er een hondentong in je neus zit gaf ik mijn pogingen om mijn chakra’s te balanceren vaak al snel op.

Vervolgens was het tijd voor pull-up training. Vlak naast Pim zijn werkplek (het kleine uitschuifbare eettafeltje) hadden we een provisorische trainingsplek gemaakt waar we het hangbord hadden opgehangen. Terwijl arme Pim met een uitgestreken gezicht het verschil tussen zuren en basen probeerde uit te leggen aan een stel verveelde pubers deed ik mijn best om me – zonder geluid te maken – zo vaak mogelijk op te trekken in twee minuten. Frodo probeerde tegelijkertijd vrolijk in mijn voeten te happen, zo hielden we elkaar een beetje bezig. Als Frodo genoeg kreeg van dit spelletje nestelde ze zich in de vensterbank, of bestudeerde ze de verschillende bloempotten om te kijken tussen welke jonge plantjes ze haar kluifje nu eens zou begraven (de paprikaplantjes hebben dit helaas niet overleefd).     

Aan het einde van de dag waren we beiden meestal doodop. Pim van het thuiswerken, ik van mijn pogingen om mijn op hol geslagen brein tot rust te brengen. Dan gingen we op de pier zitten, staarden we voor ons uit met een biertje in de hand, terwijl de Waddenzee zachtjes tegen de stenen klotste.

Het was chaotisch, het is nog steeds chaotisch. Maar het is onze eigen chaos, en alhoewel we heel veel ruimte hebben ingeleverd, hebben we er een enorme rijkdom voor teruggekregen. Rijkdom in tijd, en rijkdom in ervaringen. Toen bleek dat zelfs mijn minimale inkomen genoeg was om van rond te komen zakte de paniek en leerden we langzaamaan de chaos omarmen.

Nooit eerder heb ik zo veel met Frodo door de duinen gerend. Nooit eerder heb ik zoveel gezwommen en gesurft in de Noordzee. Nooit eerder heb ik zoveel zonsondergangen gezien, met het warme zand van het Groene strand onder mijn blote voeten.

Er is nog steeds corona, mijn inkomen is nog steeds instabiel, en de grenzen zijn nog steeds zo goed als dicht. Toch voel ik me rijker dan ooit. Vrijer dan ooit. Er zijn veel onzekerheden in ons leven, en dat is precies zoals ik het hebben wil. Want waar zekerheden verdwijnen, ontstaan mogelijkheden.  

Vrouwen surfen niet in de winter

   ‘Vrouwen surfen niet in de winter’ antwoordt de verkoper van de watersportwinkel, met een uitdrukking alsof dit algemene kennis was waarvan ik simpelweg nog niet op de hoogte was. Verontwaardigd kijk ik hem aan. Vrouwen surfen niet in de winter? Nogal wiedes als er geen fatsoenlijke winterwetsuits voor dames te krijgen zijn, mopper ik inwendig.

   Ondertussen sneupt Pim, die nog nooit gesurft heeft, enthousiast door het ruime aanbod herenwetsuits en -surfschoenen. De keuze is reuze: flexibele wetsuits voor in de zomer, meerdere shorties en dikke hooded wetsuits voor in de winter. Met meerdere kanshebbers over zijn arm verdwijnt hij het pashok in en laat mij achter bij de verkoper, die zich zo te zien ietwat ongemakkelijk begint te voelen. 

   ‘Misschien kan ik wel wat bestellen’, oppert hij met weinig enthousiasme, ‘maar dan heb je wel afnameplicht’. Een weinig aantrekkelijk aanbod, wetende dat het vinden van een goed passende wetsuit nogal een uitdaging is, helemaal als je -voor een vrouw- relatief brede schouders hebt door het vele sportklimmen.

   ‘Laat maar’ reageer ik, ‘dan ga ik zelf wel op zoek op het internet’. Opgelucht draait de verkoper zich om en richt zich op Pim die, gehuld in zwart neopreen, het pashokje uit komt wandelen.

   Niet veel later lopen we de winkel weer uit. Pim met een volwaardige surfoutfit, ik met lege handen en een hoofd vol frustraties. ‘Helemaal klaar voor de winter!’ roept de verkoper ons nog na, ‘Veel surfplezier!’

   Als ik later die middag online op zoek ben valt het me wederom op hoe gering het aanbod voor dames eigenlijk is. (Dit beperkt zich trouwens niet alleen tot winterwetsuits, wie op zoek is naar technische klimschoentjes in maat 37 stuit op exact hetzelfde probleem.)

Nadat ik, na lang zoeken, een paar opties gevonden heb dient het volgende probleem zich aan: het gemiddelde winterpak kost zo’n 300 euro. Als je een paar verschillende wil proberen ben je dus al gauw meer dan duizend euro kwijt. Aangezien ik helaas niet beschik over zo’n royale bankrekening zit er niks anders op dan eerst maar eens één pak te bestellen. Zorgvuldig bestudeer ik de maattabel en na veel gemeet bestel ik, op hoop van zegen, een wetsuit waarvan ik hoop dat hij past.

   Een kleine week later ligt het pakket voor mijn deur. Vol goede moed wurm ik me in het dikke neopreen. Tot aan mijn middel gaat het goed. Maar dan.. die schouders. Met veel moeite lukt het me mijn armen en vervolgens mijn schouders in het pak te hijsen. De rits durf ik niet eens dicht te doen, het voelt nu al alsof mijn bovenlichaam vastzit in een bankschroef. Het pak weer uitkrijgen blijkt een nóg grotere opgaaf te zijn. Veel geworstel, gezweet en een kleine paniekaanval later heb ik mezelf eindelijk bevrijd. Die gaat terug, mompel ik in mezelf terwijl ik een boze blik werp op het hoopje neopreen.

   In de retourvoorwaarden lees ik dat het zo’n drie weken kan duren voordat het geld terug wordt gestort op mijn rekening. Me ervan bewust dat ik dit ritueel waarschijnlijk meerdere keren moet herhalen voordat ik iets vind dat past breng ik het pakket naar het postkantoor. Eerst maar eens wachten tot ik het geld terug heb, daarna begint mijn zoektocht weer van voor af aan.

   Ondertussen worden de dagen korter, het water kouder en de golven hoger. En surf ik verder. In mijn zomerwetsuit. Loop ik gehuld in een dun laagje neopreen over het strand terwijl de wind aan mijn haren rukt. Stort ik mezelf in de koude herfstgolven van de Noordzee, omdat die nou eenmaal veel mooier zijn dan die in de zomer. Samen met mijn twee trouwe surfmaatjes. Twee vrouwen om precies te zijn. Jeweetwel, van die tere wezentjes, die niet surfen in de winter.