Verstandig

   Afwezig bestudeer ik mijn gehavende handen terwijl de trein door het Nederlandse landschap raast. Het vel op mijn vingertoppen is grotendeels afgesleten door het scherpe kalksteen van El Chorro en de rug van mijn hand wordt gesierd door een spinnenweb van rode krassen.

   In mijn gedachten reis ik terug naar het kleine Spaanse bergdorpje dat ik met elke minuut in de trein verder achter me laat. Ik denk en Jakob en Arthur, in hun kleine bed in de Renault Kangoo. Aan Billy en Andrea, die hun baan opzegden om een jaar te kunnen klimmen en reizen. Ik denk aan Corneel, die al drie maanden in de uitgestrekte bossen onderaan de rotsen leeft om te ontsnappen aan de hectiek van het westerse bestaan. Ik denk aan de Olive Branch, het gezellige klimmershostel waar de stroom zo vaak uitviel. Waar we gitaar speelden en liedjes zongen terwijl de zon zijn laatste stralen op de oranje rotswanden wierp.

   Ik schrik op uit mijn gedachten als een krakerige stem meedeelt dat we dadelijk station Meppel binnen zullen rijden. Naast me zit een vrouw verwoed op haar laptop te tikken. Ze zucht geïrriteerd als ik aanstalten maak om mijn tas te pakken.

   Op het station word ik opgewacht door Pim. Pim de leraar, die wegens vaste schoolvakanties niet mee kon op klimreis. Pim de verstandige, met een vaste baan en een koophuis in een degelijke wijk in Havelte. Pim de lieverd, de betrouwbare arm om mijn schouder waar ik altijd op kan rekenen. Verwoed probeer ik het gevoel dat ik stik weg te slikken. Na een lange omhelzing kijken we elkaar aan. Ik vraag me af of de afstand die ik tussen ons voel te zien is in mijn ogen.

   Ondertussen zijn we vier weken verder. Het huis in Havelte staat te koop, mijn oma heeft zich drie keer omgedraaid in haar graf en mijn schoonmoeder doet heel erg haar best doen om niet allemaal verwensingen naar mijn hoofd te slingeren.

   Ons nieuwe huisje heeft vier wielen en een ronkende dieselmotor. Daarnaast zal een piepklein studiootje op Terschelling dienen als basiskamp. Ruimte voor een vaatwasser is er niet, evenals plek voor de luxe hoekbank van nog geen jaar oud. Ook de comfortabele boxspring belandt op marktplaats, gevolgd door een assortiment aan kasten, stoelen en elektronische apparaten waarvan ik het nut sowieso nooit echt begrepen heb.

   Met elk item dat verkocht wordt voel ik mezelf lichter worden. Alsof de dwangbuis die ik mezelf heb aangetrokken met elke ademteug iets losser komt te zitten. Ik denk aan al die beslissingen die ik in het verleden maakte. Dingen die ik deed ‘omdat het verstandig was’ of ‘omdat het nou eenmaal zo hoort.’ Al die verstandige beslissingen leiden misschien tot een maatschappelijk geaccepteerd leven, maar wat als je erachter komt dat zo’n leven helemaal niet bij je past? Wat als je erachter komt dat al dat bezit alleen maar ballast is dat tussen jou en je vrijheid instaat? De wereld is als een boek. Als je altijd op dezelfde plek blijft, lees je dan niet eigenlijk maar één pagina?

   Ik kijk om me heen in het almaar leger wordende huis en kan alleen maar opluchting voelen. Dit hoofdstuk in mijn boek is ten einde gekomen. En ik? Ik kan niet wachten om de pagina om te slaan, op zoek naar nieuwe verhalen om de lege bladzijden mee te vullen.