Koffie, spleetklimmen en een rochelende bus

Morrend doe ik mijn ogen open en steek ik mijn hoofd uit mijn dikke donzen slaapzak. Mijn adem vormt wolkjes en op het raam van mijn camperbusje zie ik kleine ijskristallen. Even overweeg ik om te blijven liggen in mijn warme coconnetje, maar zoals elke ochtend begint mijn brein meteen te schreeuwen om cafeïne.

   In het vroege ochtendlicht bekijk ik de chaos op het bedbankje. Ik vind mijn versleten wollen trui tussen de karabiners, klimsetjes en de klimgordel die ik de vorige avond gedachteloos heb neergesmeten. Terwijl ik aan het rommelen ben met de cafetière hoor ik vlak naast mijn busje een rits opengaan. De geur van koffie heeft Cesar uit zijn tent gelokt.

   Niet veel later parkeer ik de rochelende Volkswagen op de parkeerplaats bij het klimgebied. We zijn vandaag bij de sector Kottenheimer Winfeld, nabij het Duitse plaatsje Ettringen. De zon schijnt en de ijskristallen zijn gesmolten. Het felle licht wordt gefilterd door de kruinen van de oude eikenbomen en werpt een groene waas over het verder verlaten parkeerterrein. Nadat we ons materiaal bij elkaar hebben gezocht verdwijnen we tussen de bladeren. Op zoek naar het beloofde land, in de vorm van metershoog ruw basalt.

    Na een korte wandeling staan we voor ons project van die dag. Eén perfecte rotsspleet loopt verticaal naar boven, ernaast bevinden zich enkele kleine randjes die mogelijk als voet- of handgreepjes kunnen dienen.

   Grijnzend kijk ik Cesar aan, en vraag me af of de twinkeling in zijn ogen ook in de mijne te zien is.

   ‘Dat ziet er hard uit.’

   ‘Ja, mooie spleet.’

   ‘Die randjes lijken me ook best naar.’

   ‘Inderdaad, lekker sketchy allemaal zo te zien.’

Weer die pretoogjes van hem.

   ‘Jij eerst of ik?’

   Daar sta ik dan. Mijn rechtervoet heeft zich vastgedraaid in de spleet, terwijl de vingers van mijn linkerhand hun uiterste best doen om een messcherp randje vast te houden. Ik kijk naar beneden, mijn laatste zekerpunt zit zo’n vier meter onder me. Zat die cam[1] nou goed of niet? Hij leek goed vast te zitten, maar ik betwijfel of hij een val van minstens acht meter zal houden.

   Ik voel een bekende kriebel in mijn borst, een kriebel die al mijn spieren op spanning zet. Alsof al mijn zintuigen in de hoogste versnelling staan. Elke trillende spier, elk zenuwuiteinde, alles voel ik terwijl ik verwoed probeer een volgende cam in de rots te plaatsen.

   ‘Neee f*ck. Deze past niet. K(*&%$W#T. Waarom doe ik dit. Ik haat mezelf. Mijn voet glijdt weg, ik hou dit niet meer. BLIJF ZITTEN KRENG.’

   Eindelijk heb ik de goede maat gevonden, en grijpen de randen van de zekering zich vast in de rots. Ik clip het touw in de snapper[2] en probeer mijn ademhaling weer onder controle te krijgen. De angst is weer geslonken tot een kleine bal in mijn borst. Waar ik hem kan relativeren, weg kan stoppen. Waar ik niet naar hem hoef te luisteren.

   Want is dat niet waarom ik klim? Waarom ik de uiterst nutteloze kunst beoefen van het bestijgen van een stuk steen? Gewoon naar boven is niet genoeg. Nee. Het moet via de moeilijkst mogelijke weg, via de meest onwaarschijnlijke uitstulpingen in de rots, die voor een leek nauwelijks waarneembaar zijn.

   Klimmen dwingt me in het hier en nu. In een wereld waarin alle comfort mijn zintuigen heeft afgestompt, een wereld die geregeerd wordt door bliepjes en schermpjes, klim ik om mezelf terug te vinden. Om de verbinding met mijn lichaam te herstellen. Ik kijk de angst in de ogen, en overwin hem, overwin mezelf. Elke keer opnieuw.    

   Eenmaal boven clip ik het touw vast aan de standplaats. Mijn hoofd is leeg. De innerlijke storm is gaan liggen. Een merel zingt in de boom achter me, en ik kijk naar de schaduwen van dansende bladeren op mijn armen.

   ‘Blok!’ roep ik naar beneden.

 Weer op de grond krijg ik een fist-bump van een breed grijnzende Cesar.

‘Sterk meid! Zag er goed uit.’

    ‘Dank je, was wel even spannend daarboven.’

   ‘Dat kon ik zien ja. Trouwens, ik zat naar die route hiernaast te kijken. Een 7a volgens mij. Wat denk je?’

Ik voel mijn mondhoeken omkrullen tot een glimlach.

   ‘Jij eerst of ik?’  


[1] Mobiele zekering die gebruikt wordt bij rotsklimmen.

[2] Soort karabiner.

Wat betekent klimmen (of een andere sport) voor jou? Laten het weten in een reactie!

Auteur: Woorden uit het Noorden

#schrijver #klimmer #digitalnomad #professiona… Zucht.. wie hou ik ook eigenlijk voor de gek. Mijn huis op wielen rammelt bijna uit elkaar, ik heb al vijf dagen mijn haren niet gewassen en mijn puppy rent dolblij rond met een enorme knuffelpenis. Ik ben Welmoed Ubels, en al schrijvend probeer ik chocola te maken van de samenleving en de wereld om mij heen. Lukt me dat? Soms. Zo niet, dan reis ik naar de bergen. Klim ik naar grote hoogtes om de wereld eens van een afstandje te bekijken. Ik kan het iedereen aanraden. Regelmatig vind je me op steile rotswanden, hangend aan mijn vingertoppen. Waarom ik dat doe? Dat vraag ik mezelf ook vaak af. Klimmend en rondzwervend in mijn busje zoek ik naar verhalen, naar antwoorden, en misschien ook wel naar mezelf. Op mijn blog lees je over mijn hoogte- en dieptepunten, over zoeken en vinden. En over puppies met enorme knuffelpenissen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.